HET NIEUWSTEDELIJK

De mening van Stijn Devillé

vier opiniestukken in DS Avond

Stijn Devillé lijdt een weekje aan meningitis, met elke dag een straf opinistuk in DS Avond. Lees ze hier allemaal en onverkort. 

 

De Mening , 29 april
LAAT POLITIEK THEATER AAN THEATERMAKERS
Stijn Devillé

Coup de théâtre in Kiev. Acteur Volodimir Zelenski wint de Oekraïense presidentsverkiezingen met een verpletterende score. In Italië schopte eerder ook de Vijfsterrenbeweging van komiek Beppe Grillo het al tot regeringspartij. En gisteren kreeg ook Theo Francken in De Zevende Dag het verwijt dat hij toneel had gespeeld. Is politiek het terrein geworden van komieken, potsenmakers en acteurs? 
Als er over politiek theater wordt gesproken, voorspelt het meestal niet veel goeds. Je denkt meteen aan onverkwikkelijke affaires, overtrokken reacties, hysterisch en hyperbolisch gedrag, slaande deuren. Afrekeningen. Ultimatums. Ontslagen. Vallende regeringen. Onversneden drama. En soms deurenkomedies. De hele Brexit doet van langsom meer denken aan Monty Pythons Ministry of Silly Walks.
Op één jaar tijd speelden in Vlaanderen én in Nederland uitgerekend twee voormalige cultuurministers de hoofdrol in meeslepend politiek drama. Voelden beide besparingsministers zich meer op hun gemak in de coulissen van het theater dan in de coulissen van de macht? Waren ze besmet met de theatermicrobe van de verbeelding? Of kwam de minachting die ze voor het cultuurveld voelen (een linkse hobby, weet u nog?) tot uiting in hun theatrale overmoed? Toneelspelen? Dat kan ik ook!
In elk geval bleek zowel Halbe Zijlstra als Joke Schauvliege realiteit en fictie niet goed meer van elkaar te kunnen scheiden. Don’t let the truth interfere with a good story, moeten ze gedacht hebben. Voor meer dramatisch effect haalden ze er Poetins geopolitiek of de Belgische staatsveiligheid bij. Er kwamen in beide gevallen tranen aan te pas. Bij de eigen achterban kregen ze applaus voor hun vertolking. Waarna ze verdwenen door de artiesteningang. 
Acteur en dichter Ramsey Nasr schreef naar aanleiding van de leugens van Halbe Zijlstra dat fictie beoefenen een vak is. En dat theater met waarachtigheid en geloofwaardigheid te maken heeft. Toch donderde Joke Schauvliege exact 50 weken na Zijlstra in dezelfde valkuil. Liegen. In het openbaar. Om je sterker voor te doen dan je bent. Het is net dat wat hen tot tragische figuren maakt. Het was sterker dan zijzelf. Dat maakte hen plots weer menselijk. En toen volgden dus die tranen.
In de schouwburg ruikt politiek theater vaak naar muf, oubollig vormingstheater uit de jaren zeventig. Geen wonder dat haast niemand zich er nog aan waagt. Misschien omdat de realiteit van de politiek de fictie overtreft?
Bij mijn eigen theaterhuis Het nieuwstedelijk viert het politiek theater hoogtij. We beschouwen het theater bij uitstek als dialoog. Woord en wederwoord. Dat raakt aan de democratie. De schouwburg is een publieke ruimte, een plek van de vrije meningsuiting. Dat maakt het theater per definitie politiek. Met de verkiezingen in aantocht maken we vanaf volgende week dan ook theatraal de balans op van tien jaar politiek in België en Europa. Van beleid en discours. Van woorden en daden. 
Verbeelding is onze kracht. Fictie is ons vak. We zijn ertoe opgeleid. Misschien daarom beter dat politici zich er niet aan wagen. Bij deze een oproep: beste politici, laat het theater aan de theatermakers. 
Dat roept een natuurlijk een wederwoord op: moeten theatermakers de politiek dan maar aan de politici overlaten? Neen. Politiek engagement is onze burgerplicht. We gaan er omzichtig mee om. In ons streven naar waarachtigheid en geloofwaardigheid. Niet muf of oubollig. Maar in marathonversie voor wie een hele dag lang wil bingewatchen. Of In ultrakorte soundbites voor wie aan de dansbare politieke podcast wil. O ja, kom gerust eens kijken.

 

De Mening , 30 april
KOUDE DOUCHE VOOR ZWEMMERS
Stijn Devillé

Tijdens mijn zwemuurtje afgelopen zaterdag moest ik de hele tijd denken aan Ronald Reagan, Johan Van Overtveldt en Margaret Thatcher. En hun goeroe Milton Friedman. Dat kwam zo. 

Ik ben een grage zwemmer. Elk weekend trek ik met mijn kinderen naar het gemeentelijk zwembad. En terwijl zij les volgen (en intussen ook al lesgeven) bij de club, ga ik trimzwemmen. Minstens één kilometer, soms haal ik er twee. Het doet me goed. Gedragen worden door het water. Het hoofd leegmaken. Bewust ademhalen. Alle spieren inspannen, van mijn vingertoppen tot mijn tenen.

Er waren nooit zo weinig publieke zwembaden in Vlaanderen als vandaag. Tweehonderd negenennegentig. In 1995 waren dat er nog 486. Dat wil zeggen dat er op dik twintig jaar 187 baden zijn gesloten, dat is 40 percent. Om de paar jaar vraagt kamerlid Kurt De Loor de cijfers eens op bij de minister van Sport. 

En die cijfers gaan dus alleen maar achteruit. In 2004 nog 359, in 2013 was het gezakt naar 311 en nu dus naar 299. Daarvan zijn er precies 100 in private handen, de rest zijn openbare baden. Zesentwintig openluchtbaden en 173 overdekte baden, zoals waar ik mijn baantjes trek.

Waarom publieke baden sluiten, is heel simpel. Ze openhouden is te duur geworden. ‘Redenen zijn onder meer de grote onderhouds- en renovatiekosten,’ zegt De Loor in De Standaard.

Maar klopt het dat een zwembad openhouden vandaag verhoudingsgewijs zoveel duurder is dan in 1995? Of speelt er iets anders? Meten we de gemeenschapsvoorzieningen aan een andere maatstaf dan twintig, dertig jaar geleden? Draaide een voorziening toen om zijn maatschappelijk nut en vandaag om zijn economisch rendement? 

Voorziening is een ouderwets woord. Het betekende dat we iets voorzagen. Dat schijnen we nog weinig te doen. We rekenen op snelle winst, op rendement, maar veronachtzamen de langetermijneffecten. Er is bijvoorbeeld steeds meer overgewicht, er zijn steeds meer hart- en vaatziekten, steeds meer ruglijders. Zou er pakweg een verband zijn tussen de stijgende gezondheidskosten (al is het maar voor een fractie) en het dalende aantal zwembaden? En wat met ons welbevinden? De sociale interactie?

Zo ergens tussen de 1500 en de 1800 meter moest ik dus denken aan Ronald Reagan. Tijdens een verkiezingsdebat op een openbare zender in 1980 wou Reagan het woord niet afgeven. ‘I’m paying for this microphone,’ zei hij tegen de moderator. Daarmee introduceerde hij een eenvoudige economische logica, die we almaar normaler zijn gaan vinden: openbaar bezit is hetzelfde als privébezit. Iets wat je kan kopen en verkopen.

Eenmaal president, kon Reagan de microfoon dus gaan verkopen. Openbaar bezit schatten we niet meer op zijn maatschappelijk nut, maar op zijn economisch rendement. En dus sluiten we zwembaden, omdat ze centen kosten. Het is een ijzeren logica. In navolging van de ijzeren lady. Die zei immers: ‘There is no such thing as society.’ Ik zwom nog even verder. 

Thatcher en Reagan haalden hun mosterd bij Milton Friedman, de messias van de vrije markt. In volle financiële crisis bracht Johan Van Overtveldt een soort hagiografie uit van de man. Ik besloot te gaan douchen.

Tijdens het afdrogen bedacht ik me plots hoe raar het is, dat een identitaire partij als N-VA, die van een gemeenschap der Vlamingen droomt, zo gemakzuchtig de afbraaklogica van Friedman, Reagan en Thatcher nabauwt. Ik fietste met de kinderen huiswaarts. Het regende.

 

De Mening , 2 mei
GOUDEN TIP VOOR KLIMAATSPIJBELAARS
Stijn Devillé

Deze column bevat een gouden tip voor klimaatspijbelaars. Dus lezen, liken en delen die handel. En vervolgens de tip ten uitvoer brengen, natuurlijk. Al vraagt dat misschien wat moed.

Vandaag trokken jullie voor de zeventiende keer de straat op. Maar de klad zit erin. Jullie waren maar met 530. Er treedt vermoeidheid op. De examens naderen. Kwatongen beweren dat de aandachtspanne van digital natives nu eenmaal erg kort is. Honderdveertig tekens, een like, een insta-post. 

Toch staan jullie er al zeventien weken op rij. Dat is indrukwekkend. Jullie dwongen een minister tot aftreden. De groene partijen surfen op de golven die jullie maken. En jullie lichtend voorbeeld wordt voorgedragen voor de Nobelprijs voor de vrede. Niemand deed jullie dat ooit voor.

Bij jullie eerste klimaatstaking (ik schrijf liever ‘staken’ dan ‘spijbelen’, omdat staken een grondrecht is en spijbelen een inbreuk) hoorde ik dat jullie zouden doorgaan tot de verkiezingen. Toen dacht ik: ‘Oei. Dat houden ze nooit vol.’ Het feit dat de massa daalt, maakt dat de media, maar vooral ook jullie tegenstanders de boodschap kunnen minimaliseren. ‘De dash is eruit, haha.’ 

De meesten onder jullie zijn niet stemgerechtigd. Dus de politici die op 26 mei verkozen geraken, maken zich niet veel zorgen om jullie mening. Maar in plaats van op te geven, kunnen jullie toch de druk nog opvoeren. 

Het is mei. De komende weken is er zeker en vast een neefje of nichtje dat een communie of lentefeest zal houden. De ideale gelegenheid om je oma en opa te vragen naar hun stemintenties op 26 mei. 

Misschien vraagt het een beetje moed om hen daarop aan te spreken. In Vlaanderen zegt iedereen dat ze stemmen ‘op de goei’, maar wie die goeien zijn, vertellen ze er niet bij. Dus je zal even moeten aandringen. Onthou dan dit. Je opa en oma maken deel uit van de generatie die mee verantwoordelijk is voor de troep waar we vandaag in leven. En morgen nog steeds, als er niet snel wat verandert. 

Leg hen uit dat de partijen die vandaag aan de macht zijn, de afgelopen 10 jaar geen f*** hebben gedaan voor het klimaat. Zet dat gerust met cijfers kracht bij: volgens haar eigen rapport heeft de Vlaamse overheid eind 2018 een daling van de CO2 bereikt van 0,4%, terwijl haar eigen doelstelling tegen 2020 een daling van 15,9% voorschrijft. Stel je voor dat jij met zo’n rapport thuiskwam.

Vraag die lieve oma en opa dan ook vriendelijk wat ze zullen doen op 26 mei. Of ze je graag zien. En of ze in het stemhokje ook aan jou en je toekomst zullen denken.

Wijs hen terloops op de Brexit. Die werd ook voornamelijk door ouderen gestemd, tegen de jongeren in. En kijk in wat voor shit de Britten vandaag zitten. Is dat wat oma en opa willen?

Laat hen een belofte doen. Geef elkaar een vuistje. Neem een selfie van jullie samen. (Kan je op de ochtend van de stemming naar hen whatsappen.) Zorg dat ze aan je denken als ze in dat stemhok staan. Zo kan jij in je eentje alvast vier mensen wakker schudden. Doe overigens gerust hetzelfde met je eigen ouders, als je twijfelt op wie ze zullen stemmen.

Tot zover mijn tip. Ik denk echt dat het kan helpen. En je hoeft er niet eens de straat voor op.


De Mening , 3 mei
LEVE MIJN STEMPLICHT
Stijn Devillé

Trump. Bolsonaro. Erdogan. Netanyahu. Orban. Poetin. Duterte. We hebben gauw de indruk dat het slecht gaat met de democratie. Dat de kloof met de burger groter wordt en populisten daardoor vrij spel krijgen. Een paar jaar geleden al kantte David Van Reybrouck zich tegen verkiezingen. En voor loting van ongekozen burgers.

België werd in 1830 geconcipieerd als een liberale democratie, met een van de meest vooruitstrevende grondwetten van het moment. Een democratie. Dat was een nieuw gegeven. De Franse revolutie was nog maar net veertig jaar achter de rug. Een oogwenk, eigenlijk.

Dat het een voorzichtige democratie was, blijkt natuurlijk uit het cijnskiesrecht van toen. Op een bevolking van 4 miljoen waren amper 40.000 Belgen stemgerechtigd. Van de one percent gesproken! De 99% andere landgenoten waren, om het met de woorden van Hillary Clinton te zeggen, deplorables.

Nu in vele landen de democratie in vraag wordt gesteld of zelfs met de voeten getreden, nu ook in ons land stemmen opgaan die zeggen dat de representatieve democratie zijn beste tijd heeft gehad, is het goed om even terug te kijken.

In de straat waar ik als kind schoolliep, werden in de aanloop naar 1 mei in 1902 vier jonge mannen doodgeschoten toen ze betoogden voor het algemeen enkelvoudig stemrecht. Een beetje verderop, in de Tiensestraat, vielen nog twee doden. Ze waren tussen de 17 en de 40 jaar. Partijlozen, liberalen, socialisten en katholieken door mekaar. Vier van de zes kregen een kogel in het hoofd.

Het duurde nog tot 1919 voor de Belgische mannen konden gaan stemmen volgens het algemeen enkelvoudig stemrecht. Dat is precies honderd jaar geleden. Vrouwen moesten nog een oorlog langer wachten en stemden pas in 1949. Elisabeth De Proost, de oudste Belg vandaag, was al 41 toen ze voor het eerst haar potlood nat mocht likken.

Sinds 1999 kunnen ook EU-burgers in ons land stemmen en sinds 2004 ook niet-EU-burgers. Onze democratie is al 189 jaar in beweging, met horten en stoten. Maar we gaan er op vooruit. De democratie is niet in crisis, ze is in transitie. Dat is een langzaam proces.

Burgers vandaag zijn mondiger en hoger opgeleid. Anders dan vroeger vinden ze mekaar niet meer op basis van klasse of stamboom, maar op basis van interesses en ideeën. En dus verenigen ze zich ook anders dan vroeger. In initiatieven als Ringland in Antwerpen, of in Leuven 2030 in mijn eigen stad. Die initiatieven dwingen de professionele politiek een kant op. Ze stellen dingen op scherp. Ze wijzen niet alleen problemen aan, maar suggereren ook oplossingen. Een oen die daar niet wat mee wil doen. Dus politici en partijen passen zich aan. Dat vraagt tijd, net zoals elke andere transitie. Sla er vandaag de partijprogramma’s eens op na en turf het woord ‘participatie’. Je zal versteld staan.

Het aantal burgerinitiatieven stijgt al tien jaar exponentieel. Dat is een goeie zaak. Mensen die zich engageren. Rond ideeën. De wereld vormgeven. Samen. Dat is politiek.

We hoeven dus niet bang te zijn voor onze democratie. De samenleving schuift op, en met haar ook de democratie. Al is dat met horten en stoten. Iedere transitie kent nu eenmaal tegenkanting. Ze is altijd divers, tegenstrijdig en ongelijktijdig. En laat democratie dat nu net ook zijn: per definitie is ze divers en tegenstrijdig. Politiek is een vreedzaam conflict.

Het op een beschaafde manier oneens kunnen zijn met mekaar. En zo samen de wereld vormgeven. Ik vind dat hoopgevend. We naderen een hoogdag.