HET NIEUWSTEDELIJK

Veel jong volk

voor Een ontgoocheling

Na enkele dagen OPEK Leuven vertrok Een ontgoocheling gisteren op tournee. In de zaal in Leuven alvast heel veel jong volk, stelt maker Adriaan Van Aken tevreden vast. Hij schreef er het volgende over.


ELSCCHOT ZOU FIER GEWEEST ZIJN
+++++++++++++++++++++++++++++

Leerlingen van het Heilig Hart-Instituut, studenten van hogeschool UCLL en afgelopen woensdag een zaal vol KU Leuven-studenten die naar Een ontgoocheling kwamen kijken als onderdeel van UUR KULTUUR. Elsschot zou fier geweest zijn. Zoveel jong volk voor een tekst van goed honderd jaar oud.

De inhoud van Elsschots novelle is daar niet vreemd aan. De thematiek is vandaag net zo aan de orde als weleer. Ouders die verwachten dat je studiegewijs zo hoog mogelijk mikt en beweren "dat je je best niet hebt gedaan" als je faalt. Het is wat Vader De Keizer in Een ontgoocheling tot vlak voor zijn dood tegen zijn zoon Karel zegt: "Jammer dat je geen advocaat geworden bent, maar als je goed oppast, kan je later een drukkerszaak beginnen en veel geld verdienen." Maar het is evengoed wat de huidige lichting leerlingen op Elsschots oude school (het Koninklijk Atheneum Antwerpen, op de foto zie je ze tijdens de opnames van de audiowandelingen, red.) vertelt in het audiowerkstuk dat we als inleiding op de voorstelling laten horen.


Er wordt wel meer van mij verwacht.
Dan van mijn broertjes en zusjes.
Ik ben. Zeg maar.
De enige thuis die. Zeg maar.
ASO doet. Zeg maar.
Zogenaamd.


"ASO doen". Onder de veelal allochtone studenten van het Antwerps Atheneum is het zowat het equivalent van Kareltjes 'groot hoofd', het uiterlijk kenmerk dat Vader De Keizer doet vermoeden dat Kareltje slim genoeg is om Latijn te gaan studeren en advocaat te worden. Voor de ouders van de leerlingen van het atheneum lijkt 'ASO aankunnen' gelijk te staan met 'alles kunnen worden wat je wil'. Het is één van de verklaringen waarom niet alleen zowat alle Latinisten en Wiskunde-Wetenschappers op het atheneum dokter willen worden, maar evengoed wie Menswetenschappen, Economie of Moderne Talen volgt.

Wat mij zeer blij maakte, waren de UCLL-studenten die de link zagen tussen deze Elsschotbewerking en mijn eigen tekst, Dansen Drinken Betalen, die een aantal van hen zagen. Of de jongen die mij kwam vertellen dat hij vaak aan zijn lievelingsboek had moeten denken. Ik wist al welk boek hij zou noemen, nog voor de titel uit zijn mond rolde: The Catcher in the Rye van J.D. Salinger. Ook voor mij een inspiratiebron bij zowat alles wat ik schrijf.

De link tussen Salinger en Elsschot? Kareltje's periode van 'leegloperij' nadat hij van school wordt gehaald. Of beter: 'vermeende leegloperij'. Want geen enkele passage is door Elsschot zo poëtisch en meeslepend geschreven als deze. Daarom krijgt deze scène ook zoveel nadruk in onze voorstelling. De muzikanten brengen een op Moondog gebaseerd stuk en Jurgen Delnaet, NIETS-vlag in de hand, somt op wat Kareltje ziet en beleeft tijdens zijn lange periode van wandering around.

snikkende dronkaards
vechtende honden
fluitende gevelschilders
stofzuigermachines in werking
hollende spuitgasten
het openstaand MANGAT van een riolering
een snoeiende tuinman in de bomen
het op de been helpen
van 
een

gevallen paard


Los van de inhoud denk ik dat ook de muzikale insteek het goed doet bij jonge mensen. En dat denk ik gelukkig niet alleen. Lieselotte De Snijder van cultuurenco.blog las eerst de Elsschotnovelle en keek vervolgens naar onze voorstelling. "Het was alsof ik nu pas echt begreep wat Elsschot bedoelde. Wat blijkt: er schuilt ontzettend veel humor en muzikaliteit in het verhaal. En Kareltje is veel meer dan een slachtoffer. In tegenstelling tot zijn vader helpt zijn gelatenheid hem over alle ontgoochelingen heen."

En verderop, in een alinea over de muziek: "Van funk tot fanfare, van new age tot nostalgisch: alle genres en stemmingen komen aan bod. Die mix maakt de voorstelling erg actueel en aantrekkelijk – zeker ook voor jonge toeschouwers die misschien minder ervaring hebben met teksttheater. Voeg daar felgekleurde vaandels, dwarrelende papieren, rollende knikkers, een glazen bak op wieltjes,
iets met een ballon en je snapt dat er veel afwisseling in de voorstelling zit."

Humor en muzikaliteit. Geen twee ingrediënten van Elsschots werk worden vaker over het hoofd gezien. Bij ons krijgen ze volop ruimte. Het maakt deze - op het eerste gezicht - donkere voorstelling elke keer weer tot een feest, een ode aan woord en muziek. 


Adriaan Van Aken,
namens de ploeg van Een ontgoocheling